Artikel 7: Einde lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap eindigt:
  2. (a) door de dood van het lid, in welk geval het lidmaatschap niet vererft;
  3. (b) door opzegging door het lid;
  4. (c) door opzegging door de vereniging;
  5. (d) door royement (ontzetting), als bedoel in art. 6 lid 6;
  6. (e) door beëindiging van het lidmaatschap van de sportbond.
  7. (a) Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

    (b) Royement geschiedt door het bestuur, tenzij in een Tuchtreglement anders is bepaald.

  8. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:

    (a) in de gevallen in de statuten genoemd;

    (b) wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die de statuten voor het lidmaatschap stellen, alsmede;

    (c) wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;

    (d) wanneer de sportbond het lidmaatschap van het lid heeft beëindigd, in welk geval de opzegging met onmiddellijke ingang geschiedt, tenzij het lid tegen de beëindiging van het lidmaatschap van de sportbond op de door de sportbond voorgeschreven wijze bezwaar heeft gemaakt. In het laatste geval is het lid als lid van de vereniging geschorst totdat de beëindiging door de sportbond is bevestigd of ongedaan gemaakt.

  9. (a) Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.

    (b) Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang beëindigen:

    - wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;

    - binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is. Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in de statuten nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen daaronder begrepen;

    - binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

  10. (a) Opzegging van het lidmaatschap kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee maanden. Op deze termijn is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd door opzegging tegen het einde van het verenigingsjaar, volgend op dat waarin werd opgezegd, alsmede onmiddellijk in de gevallen, als bedoeld in de leden 3 en 4.

    (b) Een opzegging in strijd met het onder (a) bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.

  11. Indien een lid door de sportbond is geroyeerd, is het bestuur na het onherroepelijk worden van dit royement, verplicht het lidmaatschap van het betreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.