Artikel 4: Lidmaatschap

  1. (a) Leden zijn natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten.
  2. (b) Alleen diegenen die voor de duur van hun lidmaatschap ook lid zijn van de sportbond, kunnen lid zijn van de vereniging.
  3. Tot het lidmaatschap van de vereniging kunnen niet worden toegelaten degenen, die niet tot het lidmaatschap van de sportbond worden toegelaten, of van wie de sportbond het lidmaatschap heeft beëindigd.
  4. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrokkene de eerstvolgende algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten, zulks met inachtneming van het in het tweede lid bepaalde.
  5. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging het predikaat "ere-lid" verlenen.
  6. (a) Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, adressen en geboortedata van de leden zijn opgenomen, een en ander op een door de sportbond aan te geven wijze.

    (b) Het bestuur draagt er zorg voor dat degene die als lid tot de vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de sportbond.